Welke olie past bij uw auto? Zo kiest u goed

Welke olie past bij uw auto? Zo kiest u goed

Welke olie past bij uw auto? Dat staat niet alleen op het olieflesje in de supermarkt. De juiste motorolie hangt af van uw motor, bouwjaar, rijgedrag en de voorschriften van de fabrikant. Een olie die op het eerste gezicht vergelijkbaar lijkt, kan toch niet de juiste bescherming bieden. Wie de goede olie kiest en op tijd ververst, helpt motorschade, onnodige slijtage en hoge reparatiekosten voorkomen.

Waarom de juiste motorolie verschil maakt

Motorolie doet veel meer dan alleen onderdelen smeren. Tijdens het rijden zorgt de olie ervoor dat bewegende delen in de motor minder wrijving hebben. Ook voert de olie warmte en vuil af en helpt deze corrosie tegengaan. Vooral bij een koude start moet de olie snel op de juiste plekken komen.

Gebruik van verkeerde of versleten olie kan leiden tot meer slijtage, vervuiling in de motor en een hoger olieverbruik. Bij moderne motoren is de tolerantie vaak klein. Denk aan motoren met een turbo, een roetfilter, directe inspuiting of een distributieketting. Daarvoor is de voorgeschreven oliesoort extra belangrijk.

Welke olie past bij uw auto volgens de fabrikant?

De betrouwbaarste informatie vindt u in het instructieboekje of onderhoudsboekje van uw auto. Daarin staan meestal twee zaken: de aanbevolen viscositeit en de vereiste specificatie of fabrikantgoedkeuring. Soms vindt u deze informatie ook bij de olievuldop, maar die geeft niet altijd alle voorwaarden weer.

De viscositeit herkent u aan een aanduiding zoals 0W-20, 5W-30 of 5W-40. Het getal voor de W geeft aan hoe vloeibaar de olie is bij koude temperaturen. Een lagere waarde helpt de olie sneller rond te pompen bij een koude motor. Het tweede getal zegt iets over de dikte van de olie wanneer de motor op bedrijfstemperatuur is.

Een 5W-30 en een 5W-40 lijken dus dicht bij elkaar te liggen, maar zijn niet automatisch uitwisselbaar. De motorfabrikant bepaalt welke olie bij het ontwerp van de motor, de oliekanalen en de gebruikte techniek past. Kies daarom nooit alleen op basis van wat een bekende of buurman in zijn auto gebruikt.

Let vooral op de specificatie

Naast de viscositeit moet de olie voldoen aan een norm. U ziet bijvoorbeeld ACEA- of API-aanduidingen op de verpakking. Veel merken vragen daarnaast om een eigen goedkeuring. Voorbeelden zijn specificaties van Volkswagen, BMW, Mercedes-Benz, Ford, Renault of General Motors.

Die goedkeuring is geen detail. Een auto met roetfilter heeft bijvoorbeeld vaak een low-SAPS-olie nodig. Deze olie bevat minder stoffen die het roetfilter op termijn kunnen belasten. Voor een benzinemotor met turbo of een hybride kunnen weer andere eisen gelden. Staat de juiste goedkeuring niet op het etiket, dan is de olie niet vanzelf geschikt, ook niet als de viscositeit klopt.

Olie voor benzine, diesel, hybride en elektrische auto

Bij een benzineauto en dieselauto is het verschil tussen oliesoorten vaak relevant. Dieselmotoren, zeker met roetfilter, vragen regelmatig om een specifieke olie die rekening houdt met roetvorming en emissiesystemen. Een benzinemotor met turbo kan juist bescherming nodig hebben tegen hoge temperaturen en vervuiling door korte ritten.

Een hybride heeft ook motorolie nodig, behalve als het om een volledig elektrische auto gaat. De benzinemotor van een hybride slaat vaak aan en uit en komt niet altijd lang op temperatuur. Daarom schrijven fabrikanten geregeld een dunne olie voor, zoals 0W-20. Gebruik geen dikkere olie omdat die voordelig is of vertrouwd klinkt: dat kan nadelig zijn voor verbruik en motorbescherming.

Een volledig elektrische auto heeft geen motorolie zoals een auto met verbrandingsmotor. Wel zijn er andere vloeistoffen die aandacht vragen, zoals remvloeistof en koelvloeistof. Ook kunnen aandrijflijn of reductiekast afhankelijk van het model een specifieke olie of vloeistof bevatten.

Kan ik verschillende motoroliën mengen?

Moet u onderweg olie bijvullen en is de exact voorgeschreven olie niet beschikbaar? In een noodsituatie is bijvullen met een olie die zo dicht mogelijk bij de juiste viscositeit en specificatie komt meestal beter dan doorrijden met een te laag oliepeil. Een te laag oliepeil kan namelijk snel ernstige motorschade veroorzaken.

Toch is mengen geen vaste oplossing. Oliën kunnen verschillende additieven bevatten en niet elke combinatie behoudt de eigenschappen die uw motor nodig heeft. Vul na zo’n noodoplossing niet onbeperkt bij, maar laat controleren welke olie in de motor zit. Bij twijfel is verversen vaak de verstandigste keuze.

Meng ook nooit motorolie met andere vloeistoffen. Koelvloeistof, remvloeistof en transmissieolie hebben een totaal andere functie. Vul motorolie uitsluitend bij via de olievuldop op de motor.

Wanneer moet de olie worden ververst?

Het verversingsinterval verschilt per auto. Sommige auto’s hebben een vast interval in tijd of kilometers, bijvoorbeeld jaarlijks of na een bepaald aantal kilometers. Andere auto’s berekenen het onderhoudsmoment zelf op basis van uw rijgedrag. Volg altijd het onderhoudsschema van de fabrikant.

Rijdt u vooral korte afstanden, veel in stadsverkeer of met een aanhanger? Dan krijgt de olie het zwaarder te verduren. De motor wordt minder lang goed warm en vocht of brandstofresten kunnen de olie sneller vervuilen. Ook veel stilstand, files en sportief rijden kunnen aanleiding zijn om de olie eerder te laten controleren.

Alleen olie verversen is niet voldoende. Bij regulier onderhoud wordt ook het oliefilter vervangen. Dat filter vangt vuildeeltjes op. Een nieuw oliefilter met oude, vervuilde olie of andersom levert geen goed onderhoud op.

Zelf oliepeil controleren: zo voorkomt u problemen

Controleer het oliepeil regelmatig, bijvoorbeeld eenmaal per maand en voor een lange rit. Zet de auto op een vlakke ondergrond en controleer bij voorkeur wanneer de motor koud is, of wacht enkele minuten nadat u de motor heeft uitgezet. Dan kan de olie teruglopen naar het carter.

Heeft uw auto een peilstok, trek die dan eruit, veeg hem schoon en steek hem opnieuw volledig terug. Het niveau hoort tussen de minimum- en maximummarkering te staan. Staat het peil laag, vul dan kleine beetjes bij en controleer steeds opnieuw. Te veel olie is namelijk ook niet goed: dat kan drukproblemen en schade aan onderdelen veroorzaken.

Veel nieuwere auto’s meten het oliepeil elektronisch via het dashboardmenu. Volg daarvoor de aanwijzingen van de auto. Verschijnt er een rood olielampje tijdens het rijden, zet de motor dan zo snel mogelijk veilig uit. Dat lampje kan wijzen op te lage oliedruk, en doorrijden kan grote schade veroorzaken.

Geen gokwerk bij olie verversen

Wie zelf olie bijvult, hoeft niet alle technische details uit het hoofd te kennen. Het kenteken, het instructieboekje en de gegevens op de olieverpakking geven vaak al veel duidelijkheid. Blijft er twijfel over de juiste fabrikantnorm, het oliepeil of het verversingsmoment, laat het dan controleren door een vakgarage.

Bij Auto & Bandenservice Dirk de Kleijn kijken we bij onderhoud niet alleen naar welke olie past, maar ook naar de staat van de olie, het filter en signalen van lekkage of verhoogd verbruik. Zo weet u waar u aan toe bent en rijdt u met een motor die de bescherming krijgt waarvoor hij is gebouwd.

Een passende olie is geen kwestie van de duurste fles kiezen. De olie moet passen bij uw auto en bij de voorschriften van de fabrikant. Dat kleine verschil bij het vullen of verversen kan u op lange termijn veel zorgen besparen.

Scroll naar boven