Waarom slijt de binnenkant van uw band?

Waarom slijt de binnenkant van uw band?

Een band die aan de binnenkant kaal wordt, ziet u vaak pas wanneer het al ver gevorderd is. Juist daarom is de vraag waarom slijt de binnenkant van uw band zo belangrijk. Aan de buitenzijde lijkt het profiel soms nog prima, terwijl de binnenste rand bijna glad is. Dat is niet alleen zonde van uw banden, maar kan ook de grip en veiligheid verminderen – vooral op een nat wegdek.

Slijtage aan de binnenkant is meestal geen normale gebruiksslijtage. Vaak wijst het op een probleem met de wieluitlijning, een versleten onderdeel van het onderstel of een eerdere tik tegen een stoeprand of kuil. Met een tijdige controle voorkomt u dat een klein probleem leidt tot twee nieuwe banden en een onnodige reparatie.

Waarom slijt de binnenkant van een band?

De wielen van een auto horen onder een nauwkeurig bepaalde hoek op het wegdek te staan. Die stand bepaalt hoe de band rolt, stuurt en slijt. Als die hoeken niet meer kloppen, loopt de band niet meer vlak over het asfalt. De binnenste schouder van de band krijgt dan te veel belasting en slijt sneller dan de rest van het loopvlak.

Bij slijtage aan de binnenkant kijken we vooral naar de uitlijning. Daarbij worden onder meer de wielvlucht en het toespoor gecontroleerd. Dat zijn technische termen, maar het effect is eenvoudig: staat een wiel iets te veel naar binnen gekanteld of loopt het niet recht genoeg in de rijrichting, dan schuurt de binnenkant van de band voortdurend over het wegdek.

Dit gebeurt soms geleidelijk. U merkt tijdens het rijden dan niet meteen iets bijzonders, maar bij een bandencontrole blijkt dat de band aan de binnenzijde veel verder versleten is dan verwacht.

Een verkeerde wieluitlijning

Een verkeerde uitlijning is de meest voorkomende oorzaak. Dit kan ontstaan nadat u hard door een gat in de weg rijdt, een stoeprand raakt of een drempel met te hoge snelheid neemt. Ook na werkzaamheden aan de ophanging of besturing is het verstandig om de uitlijning te laten controleren.

Soms trekt een auto naar links of rechts als u het stuur even loslaat. Dat kan op een uitlijnprobleem wijzen, maar niet altijd. Ook wanneer de auto gewoon rechtuit lijkt te rijden, kan de band al ongelijk slijten. Daarom is alleen op het rijgevoel afgaan niet voldoende.

Bij een professionele uitlijning meten we de stand van alle relevante wielen en stellen we deze af volgens de voorschriften van de autofabrikant. Dat helpt niet alleen tegen bandenslijtage, maar draagt ook bij aan een rustiger stuurgedrag en een voorspelbare auto.

Speling of slijtage in het onderstel

Een uitlijning heeft weinig zin als er speling zit in onderdelen van de wielophanging of besturing. Denk aan draagarmen, rubbers, fuseekogels, spoorstangen, wiellagers of veren. Wanneer zo’n onderdeel versleten is, kan de wielstand tijdens het rijden veranderen. De auto staat dan op de uitlijnbrug misschien goed, maar onder belasting wijkt het wiel toch af.

Merkt u geklop bij drempels, een zwabberend gevoel in bochten, trillingen in het stuur of onrustig rijgedrag? Laat dit dan controleren. Niet elk geluid betekent direct een grote reparatie, maar uitstel kan ervoor zorgen dat banden sneller slijten en andere onderdelen extra worden belast.

Ook een versleten of ingezakte veer kan invloed hebben op de stand van het wiel. Zeker bij auto’s met hogere kilometerstanden is het verstandig om bandenslijtage altijd samen met het onderstel te laten beoordelen.

Schade door een stoeprand, kuil of aanrijding

Een harde klap tegen een stoeprand kan meer veroorzaken dan een beschadigde velg. De wielophanging of stuurinrichting kan net genoeg verschuiven om de uitlijning te verstoren. Hetzelfde geldt voor een diepe kuil in het wegdek. U hoeft daar niet altijd meteen een klap in het stuur van te voelen.

Na een lichte aanrijding, ook als de schade op het eerste gezicht beperkt lijkt, is controle verstandig. Een afwijkende wielstand blijft namelijk niet vanzelf herstellen. Hoe langer u doorrijdt, hoe groter de kans dat de banden ongelijk afslijten.

Bandenspanning is belangrijk, maar meestal niet de hoofdreden

Bandenspanning speelt altijd een rol bij slijtage, grip en brandstofverbruik. Toch veroorzaakt een te hoge of te lage spanning meestal geen slijtage die alleen aan de binnenkant zit. Bij een te hoge spanning slijt vooral het midden van het loopvlak sneller. Bij een te lage spanning slijten juist beide buitenste schouders vaak harder.

Ziet u uitsluitend slijtage aan de binnenzijde, dan is uitlijning of onderstelcontrole waarschijnlijker. Controleer de bandenspanning wel regelmatig, bij voorkeur eens per maand en altijd bij koude banden. De juiste waarde staat meestal op een sticker in de deurstijl, tankklep of in het instructieboekje van de auto.

Een juiste spanning lost een uitlijnprobleem niet op, maar helpt wel om uw banden gelijkmatiger en langer te laten meegaan.

Zo herkent u slijtage aan de binnenkant op tijd

De binnenkant van een band is lastig te bekijken wanneer de auto op de grond staat. Kijk daarom niet alleen vluchtig naar het zichtbare deel van de band. Draai bij de voorwielen het stuur volledig naar links of rechts en controleer met een zaklamp de binnenste rand. Bij de achterbanden is dat lastiger, waardoor een controle in de werkplaats extra waardevol is.

Voelt het profiel aan de binnenkant scherp of zaagtandachtig aan wanneer u met uw hand over de band gaat? Dan kan er sprake zijn van een afwijkende wielstand. Let ook op een band die aan één kant duidelijk minder profiel heeft dan aan de andere kant.

De wettelijke minimale profieldiepte is 1,6 millimeter. Wacht daar niet op als de slijtage ongelijk is. Een band kan aan de zichtbare buitenkant nog voldoende profiel hebben, terwijl de binnenzijde al onder de grens zit. Op nat wegdek neemt de kans op minder grip en aquaplaning dan toe.

Wat moet u doen als uw band aan de binnenkant slijt?

Laat eerst de oorzaak vaststellen voordat u alleen nieuwe banden laat monteren. Nieuwe banden onder een auto met een verkeerd uitgelijnde wielstand kunnen binnen korte tijd opnieuw ongelijk slijten. Een goede aanpak begint met het controleren van de banden, de wieluitlijning en de onderdelen van de ophanging.

Zijn onderdelen van het onderstel versleten, dan moeten die doorgaans eerst worden vervangen. Daarna kan de auto correct worden uitgelijnd. Pas dan hebben nieuwe of nog goede banden de beste kans om gelijkmatig te slijten.

Of een band direct vervangen moet worden, hangt af van de resterende profieldiepte, eventuele beschadigingen en de plek van de slijtage. Is de binnenste rand bijna glad of zichtbaar beschadigd, neem dan geen risico. Banden vormen het enige contact tussen uw auto en het wegdek.

Vervang banden op dezelfde as bij voorkeur per twee, zeker als er duidelijk verschil is in profiel of slijtage. Zo blijft de auto voorspelbaar remmen en sturen. Welke banden het beste op uw auto passen, hangt af van uw rijgedrag, kilometrage, seizoen en budget. Goedkoop is niet altijd voordelig als een band sneller slijt of minder grip biedt in de regen.

Voorkomen is eenvoudiger dan een versleten band vervangen

Controleer uw banden geregeld op profiel, beschadigingen en spanning. Laat de uitlijning nakijken na een harde klap tegen een stoeprand of kuil, na werkzaamheden aan stuur- of ondersteldelen en wanneer de auto afwijkend stuurt. Bij een onderhoudsbeurt of bandenwissel is het verstandig om ook de binnenkant van de banden mee te laten bekijken.

Bij Auto & Bandenservice Dirk de Kleijn in Wijchen kunnen we beoordelen waar de slijtage vandaan komt en wat er nodig is. Soms is uitlijnen voldoende, soms vraagt een versleten onderdeel eerst aandacht. Een heldere controle geeft u in beide gevallen zekerheid voordat onnodige bandenkosten ontstaan.

Wie regelmatig even naar zijn banden laat kijken, rijdt niet alleen comfortabeler. U voorkomt vooral dat een probleem dat nu nog klein en goed te herstellen is, pas zichtbaar wordt wanneer de band al aan vervanging toe is.

Scroll naar boven