Een motor die te weinig olie heeft, geeft dat niet altijd meteen duidelijk aan. Tegen de tijd dat een olielampje brandt, kan de oliedruk al te laag zijn. Daarom is het verstandig om het oliepeil van uw auto regelmatig te controleren, zeker voor een lange rit, vakantie of wanneer uw auto olie verbruikt.
Motorolie smeert bewegende onderdelen, helpt warmte af te voeren en houdt de motor van binnen schoon. Een te laag peil vergroot de kans op slijtage en motorschade. Met een paar minuten aandacht kunt u veel ellende voorkomen.
Wanneer oliepeil van uw auto controleren?
Controleer het oliepeil idealiter ongeveer één keer per maand. Bij een oudere auto, een auto met veel kilometers of een motor waarvan bekend is dat deze olie gebruikt, kan vaker controleren verstandig zijn. Kijk ook altijd vóór een lange autorit, bijvoorbeeld richting uw vakantieadres.
De beste omstandigheden verschillen iets per automerk en motortype. Bij veel auto’s controleert u na een rit, wanneer de motor even heeft stilgestaan zodat de olie terug in het carter kan lopen. Wacht meestal vijf tot tien minuten nadat u de motor heeft uitgezet. Sommige fabrikanten schrijven juist controle bij koude motor voor. Raadpleeg daarom bij twijfel het instructieboekje van uw auto.
Controleer in elk geval op een vlakke ondergrond. Staat de auto scheef op een oprit of stoeprand, dan kan de meting onbetrouwbaar zijn.
Oliepeil van auto controleren met de peilstok
Veel auto’s hebben onder de motorkap nog een peilstok. Deze is vaak herkenbaar aan een opvallend gekleurd handvat, meestal geel of oranje. De peilstok laat zien of het oliepeil zich tussen de minimale en maximale markering bevindt.
1. Zet de auto vlak en schakel de motor uit
Parkeer op een vlakke plaats en zet de motor uit. Trek de handrem aan en open de motorkap pas als dat veilig kan. Bij een warme motor kunnen onderdelen onder de kap heet zijn. Laat de motor daarom eerst kort afkoelen als u net heeft gereden.
2. Zoek de peilstok op
In het instructieboekje staat precies waar de peilstok zit. Trek deze rustig uit de motor. Kijk niet meteen naar het eerste resultaat: tijdens het uittrekken kan olie langs de stok komen, waardoor de aflezing hoger lijkt dan hij werkelijk is.
3. Veeg de peilstok schoon
Gebruik een schone doek of stuk keukenpapier en veeg de peilstok helemaal schoon. Let op dat er geen pluisjes achterblijven. Steek de peilstok daarna volledig terug in de buis.
4. Trek de peilstok opnieuw uit
Haal de peilstok er nogmaals uit en houd hem horizontaal. Nu kunt u het peil aflezen. Op de peilstok staan meestal twee streepjes, een geribbeld vlak, gaatjes of de aanduidingen MIN en MAX.
5. Beoordeel de stand van de olie
Staat de olie tussen MIN en MAX, dan is het peil in orde. Het hoeft niet altijd precies op MAX te staan. Wel is het verstandig om olie bij te vullen als het niveau dicht bij of onder de MIN-markering komt.
Het verschil tussen de minimale en maximale markering is bij veel auto’s ongeveer één liter, maar dit verschilt per motor. Vul daarom nooit in één keer een grote hoeveelheid bij. Een beetje te veel olie kan namelijk ook problemen geven.
6. Plaats de peilstok goed terug
Steek de peilstok na de controle weer volledig terug. Controleer meteen of de olievuldop goed vastzit. Zo voorkomt u dat vuil of vocht in de motorruimte terechtkomt.
Geen peilstok? Controleer het oliepeil via het display
Steeds meer moderne auto’s hebben een elektronische oliepeilmeting. Daarbij controleert u het peil via het dashboardmenu of het multimediascherm. Vaak moet de auto op een vlakke ondergrond staan, moet de motor op temperatuur zijn geweest en moet u enkele minuten wachten na het uitschakelen.
Volg hierbij altijd de aanwijzingen op het scherm en in het instructieboekje. Een melding als ‘oliepeil corrigeren’ betekent niet automatisch dat u direct een volle liter moet bijvullen. Het systeem geeft soms een indicatie of vraagt om een nieuwe meting onder de juiste omstandigheden.
Verwar een oliepeilmelding niet met het rode oliedruklampje. Brandt het rode olielampje tijdens het rijden, zet de motor dan zo snel mogelijk veilig uit. Rijd niet verder om ‘nog even thuis te komen’. Een gebrek aan oliedruk kan in korte tijd ernstige motorschade veroorzaken.
Welke olie moet u bijvullen?
Gebruik altijd motorolie met de juiste specificatie voor uw auto. Alleen kijken naar termen als 5W-30 of 0W-20 is niet genoeg. Autofabrikanten stellen vaak aanvullende eisen aan de olie, bijvoorbeeld voor motoren met turbo, roetfilter of speciale onderhoudsintervallen.
De juiste specificatie vindt u in het instructieboekje, op een onderhoudsfactuur of soms op een sticker in de motorruimte. Weet u niet zeker welke olie in uw motor hoort, vul dan niet op goed geluk een willekeurige fles bij. Een garage kan dit snel voor u controleren.
Moet u onderweg een kleine hoeveelheid bijvullen en is exact dezelfde olie niet beschikbaar? Dan is het verstandig om eerst advies te vragen. Verschillende soorten olie mengen is niet altijd ideaal, vooral niet bij moderne motoren. Voor een kleine noodcorrectie kan het soms, maar gebruik daarna bij de eerstvolgende gelegenheid weer de voorgeschreven olie.
Olie bijvullen zonder te veel te vullen
Draai de olievuldop boven op de motor los en gebruik bij voorkeur een trechter. Giet kleine hoeveelheden bij, bijvoorbeeld 200 tot 250 milliliter per keer. Wacht even, zodat de olie naar beneden kan lopen, en controleer daarna opnieuw met de peilstok of via het display.
Vul niet verder dan de MAX-markering. Te veel olie kan gaan schuimen of drukproblemen veroorzaken. In sommige gevallen kan dit leiden tot lekkages, schade aan afdichtingen of problemen met onderdelen zoals de katalysator of het roetfilter. Is er per ongeluk te veel bijgevuld, laat de overtollige olie dan verwijderen.
Morsen gebeurt snel. Veeg gemorste olie rond de vulopening direct weg. Olie op hete motordelen kan rook of een brandlucht veroorzaken.
Wat zegt de kleur van motorolie?
Nieuwe motorolie is meestal lichtbruin of goudkleurig. Olie die gebruikt is, wordt vaak donkerder. Dat is op zichzelf geen reden tot ongerustheid: olie neemt vuildeeltjes op en verkleurt daardoor. Alleen op de kleur kunt u dus niet bepalen of de olie aan vervanging toe is.
Let wel op een melkachtige, romige substantie aan de peilstok of onder de olievuldop. Dit kan wijzen op vocht in de olie. Soms komt dat door veel korte ritten waarbij de motor niet goed warm wordt. Het kan ook een technisch probleem aangeven, bijvoorbeeld lekkage van koelvloeistof. Laat dit beoordelen als de substantie blijft terugkomen.
Ruikt de olie sterk naar brandstof of ziet u metaalachtige deeltjes, maak dan geen lange ritten en laat de auto controleren. Ook een plotseling sterke stijging van het oliepeil verdient aandacht. Dat kan bij sommige dieselmotoren samenhangen met brandstofverdunning.
Wanneer is oliegebruik reden om naar de garage te gaan?
Een motor kan olie verbruiken, zeker naarmate de auto ouder wordt. Hoeveel normaal is, verschilt sterk per merk, type motor, rijstijl en kilometerstand. De ene auto gebruikt tussen onderhoudsbeurten nauwelijks olie, terwijl een andere tussendoor een kleine aanvulling nodig heeft.
Houd bij twijfel bij hoeveel olie u bijvult en na hoeveel kilometers. Moet u opvallend vaak bijvullen, ziet u olievlekken onder de auto, ruikt u brandende olie of komt er blauwe rook uit de uitlaat? Dan is onderzoek verstandig. Olieverlies kan worden veroorzaakt door een lekkage, versleten afdichtingen of slijtage in de motor.
Bij Auto & Bandenservice Dirk de Kleijn kunnen we het oliepeil, mogelijke lekkages en de juiste oliesoort voor uw auto beoordelen. Soms is een kleine reparatie of een tijdige onderhoudsbeurt genoeg om grotere kosten te voorkomen.
Maak van het controleren van uw oliepeil een vast moment, bijvoorbeeld aan het begin van elke maand of voordat u op reis gaat. Het kost weinig tijd, maar geeft wel de zekerheid dat uw motor de smering krijgt die hij nodig heeft.
