Een lekke band onderweg komt altijd ongelegen. Zeker als u met kinderen in de auto zit, op weg bent naar uw werk of ’s avonds laat langs de weg staat. De keuze tussen runflatbanden of gewone banden gaat daarom niet alleen over de aanschafprijs. Het heeft ook invloed op comfort, veiligheid, bagageruimte en de manier waarop u met een lekke band omgaat.
Bij Auto & Bandenservice Dirk de Kleijn kijken we niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar vooral naar wat bij uw auto en gebruik past. Sommige auto’s zijn af fabriek uitgerust met runflatbanden en horen daar ook op te blijven rijden. In andere gevallen zijn gewone banden een logische en comfortabele keuze. Met de juiste informatie voorkomt u verrassingen.
Wat zijn runflatbanden?
Een runflatband is ontwikkeld om na een plotseling drukverlies nog beperkt door te kunnen rijden. De band heeft extra stevige zijwanden die het gewicht van de auto tijdelijk kunnen dragen wanneer er nauwelijks of geen lucht meer in zit. U hoeft daardoor niet direct op een onveilige plek stil te staan om een wiel te wisselen.
Met een lekke runflatband kunt u meestal nog ongeveer 80 kilometer rijden, vaak met een maximale snelheid van 80 km/u. De exacte afstand en snelheid verschillen per merk, type band, belading en schade. Zie dit dus als een mogelijkheid om veilig naar huis, een parkeerplaats of de garage te komen, niet als toestemming om uw rit gewoon voort te zetten.
Runflatbanden werken in de praktijk samen met een bandenspanningscontrolesysteem, ook wel TPMS genoemd. Dat systeem waarschuwt u bij drukverlies. Omdat een runflatband ook zonder lucht nog redelijk normaal kan aanvoelen, merkt u een lek anders soms te laat op. Brandt het bandenspanningslampje? Verlaag dan direct uw snelheid en laat de band controleren.
Gewone banden: vertrouwd en vaak comfortabeler
Gewone banden hebben geen extra verstevigde zijwand. Bij een lekke band moet u dus zo snel mogelijk veilig stoppen. Heeft uw auto een reservewiel, thuiskomer of bandenreparatieset aan boord, dan kunt u daarmee soms verder. Anders is pechhulp nodig.
Daar staat tegenover dat gewone banden vaak meer rijcomfort bieden. De soepelere wang vangt oneffenheden in het wegdek beter op. Vooral op klinkers, drempels en minder strak asfalt is dat merkbaar. Daarnaast zijn gewone banden meestal voordeliger in aanschaf en is de keuze in merken en uitvoeringen groter.
Voor veel automobilisten die vooral rustige ritten in de regio, woon-werkverkeer of gezinsritten maken, zijn gewone banden daarom een praktische keuze. Wel blijft controle van de bandenspanning belangrijk. De juiste spanning helpt bij veilig weggedrag, gelijkmatige slijtage en een lager brandstofverbruik.
Runflatbanden of gewone banden: de belangrijkste verschillen
Het grootste voordeel van runflatbanden is veiligheid bij plotseling drukverlies. U hoeft niet direct langs een drukke weg uit te stappen en kunt rustig naar een veilige plek rijden. Dat is prettig bij auto’s zonder reservewiel en voor bestuurders die niet zelf een wiel willen of kunnen wisselen.
Daartegenover staat comfort. De stijvere zijwand van een runflatband geeft oneffenheden sterker door aan de auto. Bij sommige modellen is het verschil klein, bij andere auto’s voelt de auto merkbaar harder aan. Ook kunnen runflatbanden meer geluid produceren, al zijn moderne uitvoeringen de afgelopen jaren stiller en comfortabeler geworden.
De aanschafprijs ligt bij runflatbanden doorgaans hoger. Bovendien kunnen ze na een lek niet altijd gerepareerd worden. Doorrijden zonder druk kan de binnenkant van de band beschadigen, ook wanneer de buitenkant op het eerste gezicht nog goed lijkt. Een monteur moet daarom beoordelen of reparatie verantwoord is. Bij gewone banden is een klein gaatje in het loopvlak vaker veilig te repareren, mits u niet met een lege band bent doorgereden.
Ook het gewicht speelt mee. Runflatbanden zijn vaak zwaarder en stijver. Dat kan invloed hebben op verbruik, slijtage van onderstelonderdelen en rijgevoel, al verschilt dit sterk per auto en bandenmaat.
Kunt u zomaar wisselen van runflat naar gewone banden?
Dat kan soms, maar doe het niet zonder advies. Kijk eerst naar de voorschriften van de autofabrikant. Sommige auto’s zijn qua onderstel en afstelling duidelijk ontworpen voor runflatbanden. Ook kan de verzekering, garantie of leasevoorwaarden eisen stellen aan de banden die onder de auto liggen.
Wilt u overstappen op gewone banden, dan is het verstandig om dat op alle vier de wielen te doen. Een combinatie van runflat- en gewone banden kan verschillend reageren in bochten, bij remmen en bij een uitwijkmanoeuvre. Dat is niet wenselijk voor de balans van de auto. In elk geval moeten banden met dezelfde eigenschappen altijd per as gemonteerd worden.
Denk ook na over een oplossing voor pech onderweg. Veel auto’s die origineel op runflatbanden rijden, hebben geen reservewiel of plek daarvoor. Een bandenreparatieset kan helpen bij een klein gaatje, maar niet bij schade aan de wang, een gescheurde band of een krom wiel. Pechhulp blijft dan de veilige uitkomst.
Andersom is overstappen van gewone banden naar runflatbanden ook niet altijd verstandig. De auto moet beschikken over een goed werkend bandenspanningscontrolesysteem. Daarnaast moet de gekozen runflatband natuurlijk precies passen bij de voorgeschreven maat, draagvermogen en snelheidsindex van uw auto.
Welke keuze past bij uw gebruik?
Rijdt u veel lange afstanden, vaak in het buitenland of regelmatig met het hele gezin? Dan kan de extra zekerheid van runflatbanden aantrekkelijk zijn. U houdt na een lek meer controle en kunt een onveilige situatie langs de weg vaak vermijden. Dit geldt zeker wanneer uw auto standaard geen reservewiel heeft.
Vindt u rijcomfort belangrijk en rijdt u vooral korte tot gemiddelde afstanden in Nederland? Dan kunnen gewone banden beter passen. U profiteert vaak van een zachtere rit, een ruimere bandenkeuze en lagere vervangingskosten. Zorg dan wel dat u weet wat er in uw auto ligt voor een lekke band: een reservewiel, reparatieset of niets. Dat voorkomt onnodige stress als het gebeurt.
De staat van uw huidige banden is minstens zo belangrijk als het type. Controleer regelmatig de profieldiepte, bandenspanning en beschadigingen. Trilt het stuur, trekt de auto naar één kant of slijten banden scheef af? Laat dan ook de uitlijning en balancering controleren. Een goede band presteert alleen goed als deze correct gemonteerd en afgesteld is.
Let op na een waarschuwing voor lage bandenspanning
Of u nu runflatbanden of gewone banden heeft: negeer een waarschuwing nooit. Stop zodra dat veilig kan en bekijk de band. Ziet u een spijker, scheur, bobbel of duidelijk zachte band, rijd dan niet verder dan nodig is. Bij een gewone band kan doorrijden de band onherstelbaar beschadigen. Bij een runflatband geldt eveneens dat u de voorgeschreven noodloopafstand en snelheid niet mag overschrijden.
Pomp een zachte band niet alleen op en ga vervolgens zonder controle verder. De oorzaak kan een klein lek, een beschadigd ventiel of een probleem met de velg zijn. Een snelle controle in de werkplaats geeft duidelijkheid en voorkomt dat u kort daarna opnieuw stil komt te staan.
Twijfelt u welke banden onder uw auto horen of is het tijd voor vervanging? Neem dan uw kenteken, bandenmaat en rijgebruik als uitgangspunt. Een passend advies levert meer op dan alleen de laagste prijs: u rijdt veiliger, comfortabeler en met minder kans op onverwachte problemen onderweg.
